Wie begeleidt mijn kind?

In de eerste plaats wordt uw kind begeleidt door zijn of haar mentor. De mentor heeft meerdere taken:

  • Het begeleiden van de klas als groep
  • Het stimuleren van klassenactiviteiten
  • Het bemiddelen bij conflicten
  • Het begeleiden van de individuele leerling
  • Het onderhouden van contacten met ouder(s) en/of verzorger(s)
  • Het bijhouden van de vorderingen van de leerlingen
  • Het afleggen van huisbezoeken, indien wenselijk/noodzakelijk
     

Zorg Advies Team (ZAT)

In het zorgteam zitten een afdelingsleider, een orthopedagoog, de leerplichtambtenaar, de schoolarts en een maatschappelijk werkster. Het zorgteam is verantwoordelijk voor de extra zorg en begeleiding van leerlingen en heeft een ondersteunende en adviserende rol naar de mentor. Indien noodzakelijk kan vanuit het zorgteam worden doorverwezen naar externe hulp.

Schoolorthopedagoog

De schoolorthopedagoog let op de cognitieve en sociaal emotionele ontwikkelingsmogelijkheden en de ontwikkelingen van de leerlingen worden gevolgd door middel van onderzoeken. Op verzoek van de mentor, in overleg met de afdelingsleiders, of naar aanleiding van de leerlingbespreking kan de orthopedagoog extra observaties doen.

Vertrouwenspersoon

Het kan voorkomen dat leerlingen met specifieke, vertrouwelijke problemen niet bij hun mentor durven/willen komen. Hiervoor zijn er op school twee vertrouwenspersonen, dit zijn meneer R. Boerrigter en mevrouw I. Rampen. Zij zijn te bereiken via 0546 492 440 (algemeen nummer PRO) of via r.boerrigter@het-erasmus.nl en i.rampen@het-erasmus.nl

Stagebegeleiding

Een bijzondere vorm van leerlingbegeleiding is de stagebegeleiding. Onze school vindt deze begeleiding uitermate belangrijk, vandaar dat dit één van de doelstellingen van ons Praktijkonderwijs is: toeleiding naar werk. Door het grote netwerk van de stagebegeleiders vinden vrijwel alle leerlingen met hulp van de stagebegeleiders een baan. Elke stagegroep heeft een eigen stagedocent, die samen met ouder(s), verzorger(s) en leerlingen een individueel stageplan opstelt.

Gedurende de stage wordt de leerling meerdere malen bezocht. Blijkt dat een leerling op de werkplek een bepaald hiaat vertoont (bv. werkhouding of ontbreken van materialenkennis), dan kan op de dagen dat hij/zij op school is hieraan gewerkt worden. Wij streven ernaar dat iedere leerling in principe de school verlaat met een arbeidscontract van minimaal een half jaar. Mocht het arbeidscontract na deze periode (de leerling is dan eigenlijk al van school) niet worden verlengd, dan biedt de school tot het 23e levensjaar nazorg.