Leerling centraal leren.
 

Waar staan we in 2020?

Maatwerk is de standaard.

We werken vanuit een growth mindset: er worden afspraken gemaakt over de wenselijke ontwikkeling van een leerling op basis van resultaten en competenties van een leerling. Leerlingen kunnen keuzes maken in hun eigen leerproces.

HAVO en VWO hebben een duidelijk eigen profiel dat past bij de behoefte van de specifieke doelgroep leerlingen. De kwaliteitscriteria zoals beschreven in de formats van de Erasmusles en excellente Erasmusles, zijn duidelijk zichtbaar in de onderwijspraktijk.  De toepassing van ICT in het curriculum is gemeengoed en maakt differentiatie en maatwerk mogelijk.

Waar stonden we in 2016?

Waar stonden we in januari 2017?

Waar stonden we in juli 2017?


Waar staan we eind schooljaar 2017/2018?

Onze HAVO/VWO-vestiging heeft binnen de pijler Leerling centraal leren de volgende drie doelen gesteld: 
(1) Een eigen leerproces met keuzes voor elke leerling.
(2) De inzet van ICT voor differentiatie en maatwerk.
(3) Een eigen profiel voor zowel HAVO als VWO.

Met ingang van schooljaar 2017-2018 is er maatwerk in het gymnasium ontstaan. Het gymnasium heeft een ateliervorm gekregen, een combinatie van aanbod- en begeleidingsgericht onderwijs binnen Grieks en Latijn in leerjaar 2 en 3. Incidenteel maken ook gymnasiumleerlingen van andere leerjaren gebruik van deze mogelijkheid. Naast inhoudelijke voordelen voor de leerlingen, leidt dit onderwijskundig middel er ook toe dat gymnasiumleerlingen de combinatie kunnen maken met het volgen van onderwijs in de Kunststroom of het Technasium. Zij hebben dan een breed en rijk aanbod binnen een aanvaardbare studiebelasting in tijd. 

Daarnaast is het voor alle leerlingen in de bovenbouw mogelijk gemaakt om de kunstvakken in het pakket op te nemen. In leerjaar 2 tot en met 6 van het vwo wordt deelgenomen aan masterclasses voor middelbare scholen op de Universiteit Twente (UT). Voor de havist vanaf klas 4 is dit mogelijk binnen het Toptalententraject van hogeschool Saxion in Deventer. Dit is echt een verrijking van ons bestaande curriculum.

Met ingang van het huidige schooljaar is tevens gestart met het hernieuwd ontwikkelen van het toetsbeleid. De aanleiding hiervoor is zowel kwalitatief als kwantitatief van aard. We willen de wijze van toetsen verschuiven van summatieve toetsing naar meer formatieve evaluatiemomenten. Op deze manier kan inzicht worden gekregen in de ontwikkeling van de leerling op de leerlijn richting het eindexamen en in de mate van beheersing (volgens een taxonomie). Dit inzicht maakt het mogelijk leerlingen gerichter en in een vroeger stadium te begeleiden in hun leerproces. De opbrengst hiervan wordt gedocumenteerd en besproken, voorlopig in het ‘groeidocument’ en de ingezette Leerling-Ouder-School gesprekken. Daarnaast wordt het aantal toetsmomenten teruggebracht. In verband met de grote verschillen tussen secties maken we op een gedifferentieerde wijze afspraken met elke sectie over de voortgang in de realisatie van het toetskader. Dit kader is vastgesteld in de deelraad en vestigingsdirectie.

Ondersteuning door ICT-middelen in de lessen wordt meer gemeengoed. Dit zien we terug in het gebruik van Itslearning, methodesites en bij taal- en rekenondersteuning. Met ingang van schooljaar 2017-2018 werken leerlingen in leerjaar 1, 2 en 3 met een persoonlijk device. Er zijn verschillen tussen secties en docenten in de wijze waarop devices worden ingezet. ICT wordt nog niet altijd ingezet als didactisch middel, bijvoorbeeld ten behoeve van directe feedback en/of differentiatie. De mogelijkheden die ICT-middelen bieden, hebben we nodig bij het realiseren van onze onderwijskundige visie, waar het toetsbeleid een onderdeel van is. Er blijft daarom aandacht uitgaan naar de ontwikkelingen die ICT-middelen bieden. Op basis daarvan maken we keuzes in wat we op welke wijze gaan toepassen in ons onderwijs.

Als gevolg van de aandacht voor toetsing en formatieve evaluatie komt er ook aandacht voor een didactische aanpak die specifiek op havoleerlingen gericht is. Wanneer het curriculum bij de verschillende vakken langzamerhand ingericht wordt vanuit leerdoelen en beheersingsniveaus, is het minder complex de verschillen tussen havo- en vwo-didactiek te duiden. Hierbij mag niet onvermeld blijven dat het centraal landelijk eindexamen ons eerder in de weg zit, dan dat het bijdraagt aan het erkennen van deze verschillen.
 

   Onderwijskwaliteit


Waar staan we in 2020?

Het Erasmus levert wendbare, weerbare en zelfredzame leerlingen af die bewust richting kunnen geven aan hun keuzes en succesvol zijn in hun vervolgstappen.

Leeropbrengsten
De kern van het docentschap is het arrangeren van de best mogelijke condities voor leerlingen om te leren en hun talenten te ontwikkelen. De kwaliteit van docenten staat aan de basis van een stimulerend leerklimaat en daarmee goede leeropbrengsten. Erasmus-docenten zijn ontwikkelingsgericht en geven ruimte aan leerlingen. Wij streven naar leeropbrengsten die volgens de normen van de Inspectie goed zijn.

Succes in vervolgstappen
Onze leerlingen kiezen bovengemiddeld goed hun vervolgopleiding en presteren bovengemiddeld op hun vervolgopleiding. We streven naar 10% meer studiesucces in het tweede jaar van het vervolgonderwijs. Op deze manier maken wij onze gedeelde verantwoordelijkheid en inspanningsverplichting met het vervolgonderwijs expliciet.

Erasmus-leerlingen zijn betrokken, ondernemend en nieuwsgierig, met andere woorden zij beheersen vaardigheden en daaraan te koppelen kennis, inzicht en houdingen die nodig zijn om te functioneren in en bij te dragen aan de toekomstige samenleving.  Zij hebben zichzelf goed leren kennen en geleerd keuzes te maken. Dat is zichtbaar in het persoonlijk leerling ontwikkelingsplan (LOP) dat uitmondt in een Plusdocument.

Welbevinden
Leerlingen voelen zich veilig en uitgedaagd op Het Erasmus. De cijfers voor tevredenheid en veiligheid liggen minimaal op het niveau van 2014-2015 (tevredenheid 6,7 en veiligheid 8,2). 

Waar stonden we in 2016?

Waar stonden we in januari 2017?

Waar stonden we in juli 2017?

Waar staan we eind schooljaar 2017/2018?


De doelen met betrekking tot de pijler Kwaliteit luiden als volgt:
(1) Lessen voldoen aan kwaliteitscriteria in de Basis en excellente Erasmusles.
(2) Goede leerresultaten.
(3) Hoger dan gemiddeld studiesucces in vervolgstudie.
(4) Persoonlijk ontwikkelingsdocument.
(5) Leerlingen voelen zich uitgedaagd en veilig.

Het Erasmus HAVO/VWO heeft een lessenkader ontwikkeld met kwaliteitscriteria in de basis en excellente Erasmusles. Het Erasmuslessenkader wordt gebruikt bij het verzorgen van feedback op bezochte lessen. De ambitie is dat alle lessen het basisniveau behalen. De stand van zaken is dat dit nog niet is behaald. Er worden lessen geobserveerd die niet aan de basiseisen voldoen (zie ook het meest recente inspectieverslag). Met name de doel- en opbrengstgerichtheid van lessen en het begin en einde van de lessen zijn nog niet altijd op orde. Docenten hebben zich tijdens de onderwijsontwikkelmiddagen gedurende schooljaar 2016-2017 bekwaamd in de didactische aanpak in lessen op basis van het Erasmuslessenkader. In groepen is gewerkt aan de volgende thema’s: klassenmanagement, activerende werkvormen, differentiatie en toepassen van leerstrategieën.

Wat betreft de leerresultaten/opbrengsten kan opgemerkt worden dat het slagingspercentage ongeveer 5% onder het ambitieniveau ligt. Het slagingspercentage was in 2017 vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. De opbrengsten per vak wisselen sterk (sterke en zwakke vakken) en er zijn sterke wisselingen in opbrengsten binnen vakken gedurende meerdere jaren. Onze ambitie is een stabiele, hoge (voorspelbare) opbrengst en hiermee een geborgde onderwijskwaliteit. Er lopen gesprekken met secties over resultaatafspraken en om tot gerichte interventies te komen. Het gebruik van data bij de hierboven genoemde gesprekken is gemeengoed. Bovendien is er gestart met een cyclische wijze van evalueren en bijstellen. Overigens is er nog winst te behalen bij het resultaatgericht formuleren van de doelen. Alle vaksecties hebben in schooljaar 2016-2017 een vakwerkplan geschreven, waarin ze de afspraken rondom het curriculum, de didactische aanpak, de wijze van toetsing en de doorgaande leerlijn hebben vastgelegd. Dit plan vormt het vertrekpunt voor verdergaande afstemming en ontwikkeling met als doel de studeerbaarheid van het programma voor leerlingen te vergroten. Speerpunt voor schooljaar 2017-2018 is het toetsbeleid, waaronder een beperking van het aantal toetsen.

De aansluiting met het vervolgonderwijs op hogeschool en universiteit is een belangrijke indicator voor de ‘toegevoegde waarde’ van een school. Naast het behaalde diploma als toelatingseis en als document van civiele waarde laat een hoog studiesucces in het vervolgonderwijs zien dat de leerlingen relevante vaardigheden en persoonskenmerken hebben ontwikkeld gedurende hun middelbare schoolperiode. Met name voor het HBO en in mindere mate ook voor het universitair onderwijs geldt dat studiesucces een blijvend punt van aandacht en zorg is. De landelijke cijfers op dit gebied zijn niet goed, hoewel ook hier grote verschillen te zien zijn tussen sectoren en tussen HBO en universiteit. Het studiesucces van oud-leerlingen van Het Erasmus zijn vergelijkbaar met deze landelijke cijfers. Hier is ruimte voor structurele verbetering. In het kader van de formatieve evaluatie en toetsbeleid, waarbinnen leerlingen veel meer gecoacht en begeleid gaan worden bij het ontwikkelen van hun (reflectie)vaardigheden en waarbij zij meer regie en zeggenschap krijgen over de inrichting van hun leerproces, is de verwachting dat (mede) hierdoor het studiesucces in het vervolgonderwijs toeneemt. Ook zijn we hierbij ten dele afhankelijk van de inzet van het HBO en de universiteit om te komen tot betere afstemming over curricula, leerlijnen en pedagogische aanpak.

Aansluitend bij het vorige doel hebben leerlingen in de brugklas vanaf schooljaar 2016-2017 een groeidocument. Hierbij gaat het om de reflectie op de ontwikkeling van de eigen competenties. Dit eerste jaar gebeurde dit nog docentgestuurd. Het was nog onvoldoende binnen de verschillende vakken ingebed. Voor schooljaar 2017-2018 is het groeidocument herzien en doorontwikkeld. De leerling krijgt een steeds actievere rol in het werken aan zijn eigen competenties en bijhouden van het groeidocument. 

Het Erasmus is een veilige school waar je als leerling graag naar toe gaat. De ambitie is om goede scores ten aanzien van tevredenheid en veiligheid te borgen. Uit de tevredenheidsonderzoeken onder leerlingen in het voorjaar 2018 blijkt dat de percentages van HAVO een flink eind boven de benchmark liggen, maar lager dan vorig jaar zijn. Wat betreft het VWO zijn de scores gestegen. Aandachtspunten zijn het didactisch handelen, de actualiteitswaarde tijdens de lessen en buitenschoolse activiteiten.
 

  

   Organisatie

 

Waar staan we in 2020?

Het Erasmus heeft een flexibele organisatie in aanbod (intern en extern), gebouw en rooster. Samen leren, samenwerken en afstemmen staat centraal.

In 2020 heeft iedere leerling een persoonlijk leerplan. Er is een kerncurriculum met daarnaast keuzevrijheid voor leerlingen. Leren en ontwikkelen gebeurt op alle plekken in de school gedurende de gehele dag. We hebben wel vaste schooltijden, maar met een flexibele en meer op maat afgestemde invulling. Partnerschappen met HBO-instellingen en de Universiteit Twente zorgen er voor dat onze leerlingen de vaardigheden hebben om te slagen  in hun vervolgopleiding.

Waar stonden we in 2016?

Waar stonden we in januari 2017?

Waar stonden we in juli 2017?

Waar staan we eind schooljaar 2017/2018?


Onze vestiging HAVO/VWO heeft met behulp van de volgende doelstellingen vorm gegeven aan de pijler Organisatie:
(1) Kerncurriculum met daarnaast keuzevrijheid voor leerlingen.
(2) Leren door de hele school heen.
(3) Flexibele en meer op maat afgestemde invulling van het rooster.
(4) Partnerschappen met UT en Hogescholen.

We hebben een kerncurriculum met daarnaast keuzevrijheid voor de leerlingen. Vanaf schooljaar 2017-2018 werken we met een andere organisatievorm van de onderbouw. Er is een kernprogramma met een vast keuzeblok voor alle leerlingen. Dit houdt het volgende in: een gelijk aantal lesuren voor alle leerlingen, een maatwerkgymnasium, het behoud van een breed aanbod en verbeterde indelingsmogelijkheden voor klassengroottes en de verdeling jongens - meisjes. Deze nieuwe structuur creëert eveneens ruimte om door te gaan met flexibilisering en het organiseren van  meer persoonlijke leerroutes.

De moderne faciliteiten in de school om te kunnen leren, zoals het Studium, worden goed benut. De koppeling hiervan met de didactische aanpak in lessen en de inzet van de faciliteiten hebben ruimte in zich om verder vergroot te worden.

De partnerschappen met de UT en Saxion krijgen steeds meer structureel vorm. Het gebruik maken van het aanbod is meer gemeengoed geworden, maar wel voor een klein deel van onze leerlingen.

Tot slot nog twee opmerkingen:
- In de relatie met het basisonderwijs is geïnvesteerd. We zijn opgeschoven van het geven van voorlichting naar een vorm waarin er in dialoogvorm over onderwijs en aansluiting wordt gesproken, uitgewisseld en geleerd.
- De inrichting van de gesprekkencyclus is vereenvoudigd en verbeterd. Deze gesprekkencyclus is gestart bij de gesprekken met de teamleiders en tussen teamleiders en docenten en onderwijsondersteunend personeel.